Kooldioxide ( Co2 ) automatische blussystemen
Automatische kooldioxide brandblusinstallaties worden toegepast in ruimten waar water als blusstof ongeschikt of ongewenst is. Het in werking treden van automatische kooldioxide brandblusinstallaties kan gevaar opleveren voor de gezondheid of het leven van
personen die in de betrokken ruimte verblijven, voornamelijk door afname van de zuurstofconcentratie in de lucht. Dit schrijven geeft u informatie en aanwijzingen om schade aan de gezondheid van personen als gevolg van het in werking treden van een kooldioxide brandblusinstallatie te voorkomen.
Automatic carbon-dioxide fire-extinguish systems are more and more frequently being used in places where water is an unsuitable or undesirable means of extinguishing fires.
When automatic carbon-dioxide fire-extinguish systems come into action they can pose a threat to the health and life of persons, present in the concerned places, mainly through lowering of the oxygen concentration in the air. This sheet contains recommendations for the prevention of injuries to health of persons as a result of the operation of carbon-dioxide fire-extinguish systems.
Toename van het aantal branden
Door de toename van het aantal branden en de stijging van brandschades, is de preventieve en repressieve brandbestrijding steeds belangrijker geworden. De maatregelen, die met betrekking tot brandpreventie door de overheid worden geëist worden:
- het voorkomen en beperken van brand;
- het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand;
- het voorkomen en beperken van schade bij brand.
Door deze ontwikkeling zal in een toenemend aantal gevallen een automatische brandblus installatie worden toegepast. In een dergelijke installatie kan veelal water als blusstof worden toegepast. In een aantal gevallen zal water ongeschikt of ongewenst zijn en gebruikt men andere blusstoffen zoals kooldioxide (CO2). Het in werking treden van een blusinstallatie met kooldioxide als blusstof kan gevaar opleveren voor de gezondheid of het leven van personen, die in de betrokken ruimte verblijven. Dit voornamelijk door afname van de zuurstofconcentratie in de lucht.
Aangezien het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand van groot belang is dient schade aan de gezondheid van personen als gevolg van het in werking treden van een kooldioxide brandblusinstallatie te allen tijde te worden voorkomen. Hierbij wordt echter aangetekend dat, mocht op andere wijze een even hoog niveau van veiligheid worden bereikt, uiteraard evenzeer is voldaan aan bedoelde wettelijke bepalingen. Ter completering zijn de belangrijkste wettelijke voorschriften, met betrekking tot persoonlijke veiligheid bij toepassing van automatische kooldioxide brandblusinstallaties in dit blad opgenomen.
Omschrijving kooldioxide ( Co2 ) brandblusinstallatie
Een automatische kooldioxide-brandblusinstallatie is een samenstel van een automatische brandmeldinstallatie, een alarminstallatie en een systeem voor ruimte- of objectbeveiliging waardoor bij het optreden van brand in de ruimte of bij dat object het ter plaatse aanwezige personeel automatisch wordt gealarmeerd en de brand automatisch wordt geblust.
Omschrijving automatische brandmeldinstallatie
Een automatische brandmeldinstallatie is een samenstel van onderdelen, dat één of meer ruimten en/of objecten continu bewaakt op brand. Dit systeem is in staat tot automatische activering van apparatuur, die is aangebracht ten behoeve van het bevorderen van de veiligheid van personen, het bestrijden van brand, beperken van de omvang van de brand.
Omschrijving alarminstallatie
Onder een alarminstallatie wordt hier verstaan een installatie die ten doel heeft personen in en nabij de beveiligde ruimte(n) en object(en) bij brand akoestisch en/of optisch te waarschuwen. Het brandalarm alarmeert de aanwezige personen voordat het automatisch blussen plaatsvindt. Het blussignaal geeft aan dat de blusstof uitstroomt of uitgestroomd is.
Systeem voor ruimtebeveiliging
Een systeem voor ruimtebeveiliging bestaat uit een vast opgestelde voorraad kooldioxide, verbonden met een vast aangebracht leidingsysteem met blaasmonden voor blussing van branden in omsloten ruimten.
Systeem voor objectbeveiliging
Een systeem voor objectbeveiliging bestaat uit een vast opgestelde voorraad kooldioxide, in het algemeen verbonden met een vast aangebracht leidingsysteem met blaasmonden voor blussing ter plaatse van objecten in ruimten.
Omschrijving beveiligde ruimte
Onder een beveiligde ruimte wordt hier verstaan een ruimte, voorzien van een automatische kooldioxide brandblusinstallatie.
Omschrijving omsloten ruimte
Onder omsloten ruimte wordt hier verstaan een redelijk goed gesloten ruimte, noodzakelijk om het verlies aan blusstof binnen toelaatbare grenzen te houden.
Omschrijving besloten ruimte
Onder besloten ruimte wordt hier verstaan een ruimte die niet gemakkelijk toegankelijk is en die niet snel verlaten kan worden, alsmede dat de ruimte niet voldoende wordt geventileerd. Besloten ruimten worden meestal weinig en op onregelmatige tijden betreden, bijvoorbeeld voor inspectie-, schoonmaak-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden.
Omschrijving aangewezen personen
Een daartoe aangewezen persoon is een persoon die op de hoogte is van de werking van een automatische brandblusinstallatie en van de gevaren die daaraan zijn verbonden. Deze persoon wordt door het hoofd of de bestuurder van een onderneming, waarin de brandblusinstallatie zich bevindt, aangewezen voor het verrichten van bepaalde handelingen of het uitvoeren van de controle-werkzaamheden aan de brandblusinstallatie.
Omschrijving kooldioxide ( Co2 )
Kooldioxide is een kleur- en reukloos gas, dat ongeveer 1,5 maal zo zwaar is als lucht. De bluswerking berust voornamelijk op het verlagen van de zuurstofconcentratie in de lucht en het verlagen van de concentratie van de gasfase van de brandstof en, in geringe mate, op
koelende werking. Bij atmosferische druk en een temperatuur van 20 °C expandeert 1 kg vloeibaar kooldioxide tot ongeveer 560 literkooldioxide gas.
Positieve eigenschappen van kooldioxide
- het veroorzaakt geen chemische of mechanische beschadigingen aan organische en anorganische stoffen en materialen en het gas laat na blussing geen residu achter
- de druk, waaronder het blusgas in vloeibare toestand wordt opgeslagen is voldoende om over grote afstanden via leidingen naar de te beveiligen ruimten te transporteren
- de expansie tot gas, onmiddellijk bij het uitstroompunt in de toevoerleiding, garandeert een goede verspreiding in alle richtingen in de te beveiligen ruimten of rond de te beveiligen objecten en het gas is niet elektrisch geleidend.
Als nadeel heeft kooldioxide
- de elektrostatische oplading van de deeltjes in het uitstromende gas waardoor de blusstof als ontstekingsbron kan gaan fungeren
- de bij uitstroming optredende plotselinge sterke temperatuurdaling die schade kan veroorzaken aan materialen.
Toepassingsgebied
Kooldioxide-brandblusinstallaties kunnen worden toegepast ter bescherming van:
- elektronische apparatuur
- elektrische toestellen of apparatuur
- brandbare gassen (klasse C volgens NEN-EN 2)
- ruimten en objecten waar voorkomen van blusschade van belang is
- brandbare vloeibare of vloeibaar geworden stoffen (klasse B volgens NEN-EN 2)
- brandbare vaste stoffen van organische oorsprong, die over het algemeen onder gloedvorming verbranden (klasse A volgens NEN-EN 2)
Beperkingen van de toepassing
Kooldioxide mag niet worden gebruikt voor het blussen van branden waarbij de volgende materialen zijn betrokken:
- chemicaliën die bij verhitting zuurstof vrijgeven, zoals cellulosenitraat en peroxyden
- reactieve metalen, zoals kalium, natrium, magnesium, titanium en zirconium
- metaalhydriden, zoals lithiumhydride en calciumhydride.
Effect op personen
De opname van CO2 in het lichaam geschiedt via de ademhalingswegen. Wat het effect is van een concentratie kooldioxide in de lucht, hangt af van de individuele gevoeligheid. Ook eventuele afwijkingen van onder meer hart en longen, medicijngebruik evenals lichamelijke
inspanning spelen een rol. Krachtige mensen kunnen een concentratie van 8 vol% een tijd lang verdragen. Zwakkeren kunnen bij 6% na enige tijd onwel worden. Bij iets hogere concentraties treedt na korte of langere tijd bewusteloosheid op. Bij inademing van concentraties van 3 tot 5% wordt de ademhaling versneld. Dit veroorzaakt hoofdpijn. Er ontstaan echter geen blijvende schadelijke effecten bij herhaalde blootstelling. Wel is vastgesteld, dat een expositie van 30 minuten in een concentratie van 5% tekenen van intoxicatie veroorzaakt. Een concentratie van 8 tot 15% veroorzaakt hoofdpijn, misselijkheid en braken, gevolgd door bewusteloosheid binnen enkele minuten.
Concentraties hoger dan 15 vol% hebben binnen enkele minuten coma en dood tot gevolg.
Gewoonlijk kan het slachtoffer -indien het binnen die periode uit de ruimte wordt verwijderd- door middel van kunstmatige ademhaling snel bij kennis worden gebracht. Dit kan worden verklaard uit het feit, dat kooldioxide van nature een stimulerende werking op de ademhalingsorganen heeft.
Waarschuwing
Behalve de eerder omschreven uitwerking van kooldioxide moet aandacht worden geschonken aan het feit, dat in het stadium voorafgaande aan bewusteloosheid, een duidelijke vermindering van denk- en reactievermogen kan optreden, waardoor het bestaande verstikkingsgevaar wordt vergroot. Een systeem voor ruimtebeveiliging bestaat uit een vast opgestelde voorraad kooldioxide, verbonden met een vast aangebracht leidingsysteem met blaasmonden voor blussing van branden in omsloten ruimten. Voor een goed bluseffect moet een concentratie van kooldioxide van ten -minste 30 vol% in de gehele ruimte worden bereikt. De concentratie is onder andere afhankelijk van de aard van het in de ruimte aanwezige brandbare materiaal.
Installaties voor objectbeveiliging
Een systeem voor objectbeveiliging bestaat uit een vast opgestelde voorraad kooldioxide, in het algemeen verbonden met een vast aangebracht leidingsysteem met blaasmonden voor blussing ter plaatse van objecten in ruimten. Om een goed bluseffect te verkrijgen moeten deze blaasmonden zodanig zijn aangebracht dat uitstroming direct op de mogelijke vuurhaard plaatsvindt. De toe te passen hoeveelheid kooldioxide is bij deze installaties afhankelijk van de vorm en de aard van het te beveiligen object.
Opslag van kooldioxide
Kooldioxide-brandblusinstallaties worden onderscheiden naar de wijze waarop kooldioxide in de installaties is opgeslagen, te weten:
Hogedruk installaties zijn installaties waarin het kooldioxide als vloeistof bij de omgeving temperatuur wordt opgeslagen in drukhouders. De druk bedraagt 59 bar bij +20 °C.
Lagedrukinstallaties zijn installaties waarin het kooldioxide als vloeistof gekoeld in drukhouders wordt opgeslagen, de druk bedraagt circa 18 bar bij -20 °C.
Bediening
Automatische brandblusinstallaties moeten ook met de hand in werking kunnen worden gesteld in de onmiddellijke nabijheid van de te beveiligen ruimte. Alle voor handbediening noodzakelijke apparatuur moet gemakkelijk bereikbaar zijn, doch niet door onbevoegden bediend kunnen worden.
Persoonlijke veiligheid
Voorkomen moet worden dat kooldioxide automatisch uitstroomt zolang er zich mensen in de betrokken ruimte bevinden. Dit uitgangspunt vraagt veiligheidsvoorzieningen ten aanzien van de bediening van de installatie, ten aanzien van de ontruimingsmogelijkheden van de ruimte en ten aanzien van de lekdichtheid van de kooldioxide opslag. Bij elke toegangsdeur tot een beveiligde ruimte moet een rechthoekig wit bord met rode rand zijn aangebracht waarop in zwarte letters (De voorgeschreven afmetingen zijn vermeld in NEN 3011) de volgende tekst staat vermeld. AUTOMATISCHE BRANDBLUSINSTALLATIE Bij brand of alarm ruimte onmiddellijk verlaten. De ruimte moet na het blussen naar de buitenlucht kunnen worden geventileerd.
Beveiliging van omsloten ruimten, waarin in de regel geen personen verblijven
Wanneer de automatische werking van de blusinstallatie voor het betreden van de ruimte niet kan worden geblokkeerd, dan moet worden voldaan aan de onder 4.1 vermelde aanwijzingen. Het blokkeren van de blusinstallatie dient optisch te worden gesignaleerd bij de toegang tot de betreffende ruimte en, indien aanwezig, op een centraal tableau. Indien het mogelijk is de automatische werking van de blusinstallatie bij de toegang buiten de ruimte te blokkeren, kan worden volstaan met de volgende regels:
- de ruimte mag worden betreden wanneer zeker is dat de installatie is geblokkeerd
- de installatie moet in de betrokken ruimte ook in geblokkeerde stand een akoestisch en een optisch, brandalarm geven zodra het detectiesysteem wordt geactiveerd
- elke toegang tot de beveiligde ruimte moet een bord als omschreven bevatten
- De ruimte moet na de blussing naar de buitenlucht kunnen worden geventileerd.
Testen van de installatie
De werking van de alarminstallatie moet ten minste éénmaal per 6 maanden worden beproefd. Aanbevolen wordt deze beproeving te combineren met een ontruimingsoefening. De alarminstallatie mag voor het beëindigen van de blusactie op geen enkele plaats kunnen worden uitgeschakeld. Het uitschakelen mag uitsluitend geschieden door daartoe aangewezen personen na afloop van de blussing.
Voor het uitschakelen dient te worden vastgesteld dat er geen gevaar meer bestaat voor persoonlijke ongevallen. Voor het uitschakelen van de blussignalering dient te worden vastgesteld dat er geen gevaar meer bestaat voor persoonlijke ongevallen bij het betreden van de ruimte. Elektrische installaties van automatische kooldioxide brandblusinstallaties moeten voldoen aan de norm NEN 1010.
De uitgangspunten van onze dienstverlening zijn optimale functionaliteit, flexibiliteit, beschikbaarheid, modulariteit en continuïteit
Deze website geeft virtueel weer hoe een automatisch blussysteem in een computerruimte wordt opgebouwd en films van blusacties tonen automatische blussystemen die geschikt zijn voor uiteenlopende toepassingen.
Hebt u vragen, belt u ons dan gerust. Wij zijn u graag van dienst !
Blussystemen.com
Erik H.W. Scheffers
info@blussystemen.com